Het is bewolkt, de stad in diepe rust.

Naarmate het lichter wordt, zie je meer herkenningspunten.

Waar woon ik zelf, waar zijn die grote bomen, wat is die schoorsteen (toch zo even langslopen).

De kraai brengt zijn broedende vrouwtje (onder de zonnepanelen van de overburen) iets te eten.

De meiden die hun uitgaansavond bij Bibelot en hun hele leven op het plein bespreken zijn een sferend element. Wat klinken hun stemmen doordringend!

Als ik de schuifdeur open doe en naar buiten stap, voel ik de wind. Fijn! Je hebt wel zicht op de stad maar niet echt contact, voelt niet de ruimte om je heen.

Het konijn in zijn hok onderaan de Noordendijk is ook al wakker. Hij komt niet naar buiten. Ik wel.

Het was bijzonder!