11 mei, mijn verjaardag. Het is zaterdagochtend, rustig op straat. Op een enkeling na lijkt het of alleen de vogels wakker zijn. Vier vogels zie ik in de verte achter elkaar vliegen. Waar zouden zij naartoe gaan? Een poos later komen er weer vier vogels voorbij vliegen. Zouden dat diezelfde vogels zijn? Het lijkt alsof de zon ook nog geen zin heeft wakker te worden. De onderste helft van de lucht is bewolkt. Het lijkt op een wolkendeken waar de zon zich achter verschuild. Ik loop naar het andere venster en bedenk me dat ik steeds meer detail ga zien. De auto’s die voorbij komen rijden rustig, maar bij de flauwe bocht in de weg valt me op dat elke auto deze ‘buiten, binnen, buiten’ neemt. Als ik langer kijk naar de weg valt me op dat het asfalt ook zo uitgesleten is. Inmiddels komt de zon door. Het oranje licht is veranderd naar geel. Het plaatje wordt weer anders en ineens zie ik dat er een paar bomen staan met donker rode bladeren. Ik bedenk met dat Zwijndrecht aan de andere kant van het water zit en ik begin gebouwen te herkennen die daar staan. Het uur ging sneller voorbij dat ik had gedicht en ik bleef maar nieuwe dingen ontdekken.