Kijkend naar het venster waar de zon onder zal gaan, zie ik Rotterdam in rode gloed van de avondzon. Draai ik mijn hoofd naar zuid, kijk ik over de stad naar de verte, zijn daar de kranen van de Rotterdamse havens? Ik geloof het waarachtig. Dichterbij…. blik op de Noordendijk, auto’s (wit, zwart, alle kleuren grijs, een enkele blauw, rood, groen) die naar het centrum rijden snijden zonder uitzondering de bocht af.

De avondlucht die volgens de weersvoorspelling dik en grijs zou zijn, kleurde zoals avondluchten op Italiaanse schilderijen eruit zien. Het leek op banen wit licht waarover je zo naar het licht kon glijden en als je achter de wolk verdween… kon je zomaar, omhult door warme zonnegloed, over oranje/rode banen terugglijden; opgeladen met nieuwe energie.

Kijkend naar het oosten, waar de avond al snel donker kleurde, keek je van de Amercentrale via de hoogspanningsmasten naar ons eiland, Dupont, HVC en door over de draden van de hoogspanningsmasten de Alblasserwaard in.

Dichterbij: het Energieplein waar bij tijd en wijle groepjes mensen uit de bioscoop en het Energiehuis overheen liepen. Telkens een handjevol mensen die cultuur hadden meebeleefd of meegemaakt. Ze zagen er voldaan uit, zochten ook contact met de Waarnemers. Hoe gelukkig word ik als ik 2 busjes zie aankomen om bezoekers met een beperking van ToBe op te halen die in het Energiehuis een activiteit hadden; dat is deelnemen aan de samenleving. Tijd, hoe rekbaar is dat begrip… behalve voor de joggers, die keer op keer op hun horloge keken.